Sparen of verzekeren naast uw pensioen? Maak gebruik van de lijfrente jaarruimte en/of inhaalruimte!
U kunt sparen voor extra inkomsten naast uw pensioen, bijvoorbeeld omdat u een pensioentekort hebt of in het buitenland hebt gewerkt en over deze periode geen pensioen hebt opgebouwd. Er zijn producten waarmee u met belastingvoordeel kunt sparen voor extra inkomsten. Dit zijn de volgende producten:
- Lijfrenteverzekering
(klik hier voor meer informatie over lijfrenteverzekeringen)
Een bekend voorbeeld is de lijfrenteverzekering, die u bij een verzekeringsmaatschappij kunt afsluiten om extra inkomen vanaf uw pensionering te krijgen. Andere voorbeelden zijn: een nabestaandenlijfrente of verzekeringen voor inkomsten als u arbeidsongeschikt wordt. - Lijfrentespaarrekening
(klik hier voor meer informatie over banksparen lijfrente)
Vanaf 1 januari 2008 kunt u ook een lijfrentespaarrekening afsluiten bij een bank of een andere financiële instelling. Dit wordt vaak 'banksparen' genoemd. - Lijfrentebeleggingsrecht
(klik hier voor meer informatie over banksparen lijfrente)
Vanaf 1 januari 2008 kunt u ook een lijfrentebeleggingsrecht afsluiten bij een beheerder van een beleggingsinstelling.
Premieaftrek
De premies en bedragen die u voor een lijfrenteverzekering, lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht betaalt, kunt u aftrekken van uw inkomen in box 1 in uw aangifte inkomstenbelasting. U vindt de voorwaarden om deze premies af te mogen trekken in dit siteonderdeel.
1. Wat is een lijfrenteverzekering?
Een lijfrenteverzekering is een niet-afkoopbare levensverzekering die u afsluit bij een verzekeringsmaatschappij. U moet het opgebouwde tegoed van uw lijfrenteverzekering uiterlijk op 70-jarige leeftijd gebruiken op 1 van de volgende 2 manieren:
- U kunt een oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente of een tijdelijke oudedagslijfrente afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij. Die lijfrente geeft recht op vaste en gelijke periodieke uitkeringen. Deze uitkeringen eindigen uiterlijk als degene die de uitkeringen ontvangt overlijdt.
- U kunt bij een bank of andere financiële instelling een recht op een uitkering in termijnen kopen.
Deze uitkering in termijnen moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Iedere termijn moet even groot zijn.
- De periode tussen iedere termijn is even lang.
- Er mag niet meer dan 1 jaar zitten tussen 2 termijnen.
Let op!
Laat u het geld op een andere manier uitkeren? Dan staat dit gelijk aan afkoop. Bijvoorbeeld als u het tegoed in 1 keer laat uitkeren.
Toegelaten verzekeraars
U kunt een lijfrenteverzekering alleen afsluiten bij een toegelaten verzekeraar.
- in Nederland gevestigde pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen
- in het buitenland gevestigde pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen
Het moet hierbij gaan om:
- de vrijwillige voortzetting van een pensioenregeling of een lijfrente die al bestond voordat u in Nederland kwam wonen
- een pensioenregeling of lijfrente die is verzekerd bij een buitenlands fonds of lichaam dat door de minister van Financiën is aangewezen
2. Wat is een lijfrentespaarrekening?
Een lijfrentespaarrekening is een geblokkeerde spaarrekening die u afsluit bij een bank of andere financiële instelling. U moet het opgebouwde tegoed van uw lijfrenteverzekering uiterlijk op 70-jarige leeftijd gebruiken op 1 van de volgende 2 manieren:
- U kunt een oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente of een tijdelijke oudedagslijfrente afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij. Die lijfrente geeft recht op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen. Deze uitkeringen eindigen uiterlijk als degene die de uitkeringen ontvangt overlijdt.
- U kunt bij een bank of andere financiële instelling een recht op een uitkering in termijnen kopen.
Deze uitkering in termijnen moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Iedere termijn moet even groot zijn.
- De periode tussen iedere termijn is even lang.
- Er mag niet meer dan 1 jaar zitten tussen 2 termijnen.
Let op!
Laat u het geld op een andere manier uitkeren? Dan staat dit gelijk aan afkoop. Bijvoorbeeld als u het tegoed in 1 keer laat uitkeren.
Toegelaten instellingen
U kunt een lijfrentespaarrekening alleen afsluiten bij een toegelaten instelling. Toegelaten instellingen zijn:
- financiële ondernemingen die een vergunning hebben om in Nederland het bankbedrijf te mogen uitoefenen
- door de minister van Financiën aangewezen financiële ondernemingen die buiten Nederland het bankbedrijf mogen uitoefenen
Er is nog geen financiële instelling aangewezen.
3. Wat is een lijfrentebeleggingsrecht?
Een lijfrentebeleggingsrecht is een geblokkeerd aandeel in een beleggingsinstelling. Dit aandeel koopt u bij de beheerder van die beleggingsinstelling. U moet de waarde van uw lijfrentebeleggingsrecht uiterlijk op 70-jarige leeftijd op 1 van de volgende 2 manieren gebruiken:
- U kunt een oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente of een tijdelijke oudedagslijfrente afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij. Die lijfrente geeft recht op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen. Deze uitkeringen eindigen uiterlijk als degene die de uitkeringen ontvangt overlijdt.
- U kunt bij een bank of andere financiële instelling een recht op een uitkering in termijnen kopen.
Deze uitkering in termijnen moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Iedere termijn moet even groot zijn.
- De periode tussen iedere termijn is even lang.
- Er mag niet meer dan 1 jaar zitten tussen 2 termijnen.
Let op!
Laat u het geld op een andere manier uitkeren? Dan staat dit gelijk aan afkoop. Bijvoorbeeld als u het tegoed in 1 keer laat uitkeren.
Toegelaten beheerders
U kunt een lijfrentebeleggingsrecht alleen afsluiten bij een toegelaten beheerder. Toegelaten beheerders zijn:
- instellingen die in Nederland beheerder mogen zijn van een of meer beleggingsinstellingen
- door de minister van Financiën aangewezen instellingen die buiten Nederland beheerder mogen zijn van een of meer beleggingsinstellingen
Er is nog geen financiële instelling aangewezen.
Lijfrente-uitkeringen bij een verzekeringsmaatschappij?
Laat u uw lijfrente uitkeren door een verzekeringsmaatschappij? Dan mag dit op de volgende manieren:
- een oudedagslijfrente
U ontvangt lijfrente-uitkeringen tot uw overlijden. De uitkeringen mogen niet stoppen voor uw overlijden. De lijfrente-uitkeringen moeten uiterlijk ingaan in het jaar waarin u 70 jaar wordt. - een tijdelijke oudedagslijfrente
U ontvangt minimaal 5 jaar en maximaal tot aan uw overlijden lijfrente-uitkeringen. De lijfrente-uitkeringen moeten ingaan tussen het jaar waarin u 65 jaar wordt en het jaar waarin u 70 jaar wordt. Het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen mag in 2009 niet hoger zijn dan € 20.097. - een nabestaandenlijfrente
Uw nabestaanden ontvangen na uw overlijden of na het overlijden van uw partner lijfrente-uitkeringen. Worden de uitkeringen gedaan aan uw ouders of kinderen? Dan moeten de uitkeringen pas eindigen als zij overlijden of als uw kinderen 30 jaar worden. - een overbruggingslijfrente
Deze vorm is alleen toegestaan voor lijfrentetegoeden die u hebt opgebouwd voor 2006. U ontvangt lijfrente-uiteringen tot u 65 jaar bent of tot een eerdere pensioenleeftijd. Het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen mag in 2009 niet hoger zijn dan € 63.288.
Lijfrente-uitkeringen bij een bank of de beheerder van een beleggingsinstelling
Laat u uw lijfrente uitkeren door een bank, een andere financiële instelling of bij de beheerder van een beleggingsinstelling? Dan mag dit op de volgende manieren:
- Vaste uitkeringen die uiterlijk ingaan in het jaar waarin u 70 jaar wordt. Als de uitkeringen ingaan als u 65 jaar bent of ouder, dan moet u de uitkeringen minimaal 20 jaar ontvangen. Gaan de uitkeringen in voordat u 65 jaar bent? Dan moet u de uitkeringen 20 jaar plus het aantal jaar dat de uitkeringen eerder ingaan, ontvangen.
Voorbeeld
- Gaan uw uitkeringen in als u 63 bent? Dan moet u de uitkeringen minimaal 20 + 2 = 22 jaar ontvangen.
- uitkeringen die ingaan tussen 65 jaar en het jaar waarin u 70 wordt. De uitkeringen moeten minimaal 5 jaar lopen en het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen mag in 2009 niet hoger zijn dan € 20.097.
- uitkeringen van minimaal 5 jaar die ingaan binnen 6 maanden na het overlijden van uw (ex-)partner.
- uitkeringen van minimaal 5 jaar die ingaan na uw overlijden. Als de uitkeringen worden gedaan aan uw ouders of kinderen, dan geldt een looptijd van minimaal 20 jaar. Maar is uw kind jonger dan 30 jaar? Dan is elke looptijd toegestaan zolang het kind niet ouder is dan 30 jaar.
Voorwaarden voor premieaftrek
De premies die u voor een lijfrenteverzekering betaalt of de stortingen die u doet op een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht, mag u aftrekken van uw inkomen in box 1 in de aangifte inkomstenbelasting. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
- U moet zelf de premies betalen of stortingen doen.
- U hebt in een bepaald jaar niet voldoende pensioen opgebouwd.
U hebt dan jaarruimte of reserveringsruimte.
Jaarruimte
Uw jaarruimte over 2009 is het maximale bedrag dat u in 2009 af mag trekken als lijfrentepremie vanwege een tekort in uw pensioenopbouw in 2008. Ook als u in loondienst normaal pensioen opbouwt, kunt u volgens de fiscale regels toch een tekort in uw pensioenopbouw hebben.
Tekort in uw jaarlijkse pensioenopbouw
U hebt een tekort als u per jaar minder pensioen opbouwt dan nodig is om een oudedagsvoorziening (inclusief AOW) te krijgen van 70% van uw arbeidsinkomen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat u gedurende 35 jaar pensioen opbouwt. U mag uw lijfrentepremie aftrekken van de belasting omdat u deze gebruikt om het tekort in uw pensioenopbouw aan te vullen. Als u op 1 januari van een jaar 65 jaar bent, dan hebt u vanaf dat jaar geen jaarruimte meer.
Berekening jaarruimte/reserveringsruimte
Bereken uw jaarruimte of reserveringsruimte met de Rekenhulp lijfrentepremie
.
Let op!
Hebt u ook reserveringsruimte? Gebruik dit dan eerst om premies af te trekken.
In welk jaar mag u de premies aftrekken?
Lijfrentepremies kunt u in 2009 aftrekken als u deze in 2009 hebt betaald. De premies en bedragen die u na 31 december 2009 maar vóór 1 april 2010 betaalt, mag u ook al in 2009 aftrekken.
Reserveringsruimte
De reserveringsruimte is de optelsom van niet-benutte jaarruimten. In 2009 is dat het totaal van de jaarruimten 2002 tot en met 2008 die u niet hebt gebruikt.
Had u in de periode 2002 tot en met 2008 in een of meer jaren jaarruimte waarvoor u in die jaren geen of onvoldoende lijfrentepremies hebt betaald en afgetrokken? Dan kunt u alsnog in 2009 tot een bepaald bedrag aan betaalde lijfrentepremies of stortingen op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht aftrekken.
Let op!
Hebt u jaarruimte en reserveringsruimte? Gebruik dan eerst uw reserveringsruimte over het oudste jaar.
Berekening jaarruimte/reserveringsruimte
Bereken uw jaarruimte of reserveringsruimte met de Rekenhulp lijfrentepremie
.
Voor ondernemers zijn er extra aftrekmogelijkheden.
Stakingswinst berekenen
Als u (een deel van) uw onderneming staakt, moet u de stakingswinst berekenen. Stakingswinst is het verschil tussen de boekwaarde van uw onderneming en de werkelijke waarde op het moment van overdracht of bedrijfsbeëindiging. De stakingswinst maakt deel uit van uw inkomen in het jaar van staking. Over de stakingswinst moet u inkomstenbelasting betalen. De stakingswinst kan nog verhoogd worden met de zogenoemde desinvesteringsbijtelling
.
Het berekenen van de stakingswinst is erg ingewikkeld. Daarom is het verstandig u te laten adviseren. Er gelden voor de stakingswinst enkele bijzondere aftrekposten:
- de stakingsaftrekEen deel van uw stakingswinst is vrijgesteld van belasting als u uw onderneming staakt. De stakingsaftrek is € 3.630 eenmaal per leven
- extra aftrek lijfrentepremieHet bedrag van de aftrek is afhankelijk van uw situatie.
Tabel: Extra aftrek lijfrentepremie 2009
Situatie |
Extra aftrek lijfrentepremie |
- overdracht door ondernemers van 60 jaar of ouder |
€ 424.978 |
- overdracht door ondernemers van 50 tot 60 jaar |
€ 212.495 |
- overige situaties |
€ 106.253 |
Uw oudedagsreserve afrekenen voor de inkomstenbelasting
Met het staken van uw onderneming wordt ook uw oudedagsreserve (gedeeltelijk) opgeheven. De bedragen waarover u uitstel van heffing van belasting hebt gekregen volgens de regeling van de oudedagsreserve, worden nu bij uw winst opgeteld. Meer informatie over de oudedagsreserve vindt u op de site van de Belastingdienst in het onderdeel Kosten van uw onderneming
.
Tip!
U kunt de oudedagsreserve laten afnemen met het bedrag dat u aan betaalde lijfrentepremies aftrekt. Het bedrag van de afneming wordt dan bij uw winst geteld. Maar daartegenover staat een even grote premieaftrek op uw inkomen uit werk en woning. Per saldo betaalt u dus geen hoger belastingbedrag. De belastingheffing vindt dan in feite plaats over de (toekomstige) lijfrente-uitkeringen.
In welk jaar mag u de premies aftrekken?
Lijfrentepremies kunt u in 2009 aftrekken als u deze in 2009 hebt betaald. De premies en uitgaven die u na 31 december 2008 maar vóór 1 april 2010 betaalt, mag u ook al in 2009 aftrekken.
Belasting betalen over de uitkering
Ontvangt u lijftente-uitkeringen van uw verzekeraar of bank? Dan moet u over de uitkeringen inkomstenbelasting betalen. Maar eerst zal de verzekeraar of bank loonbelasting inhouden op uw uitkeringen. Die loonbelasting verrekent u in uw aangifte inkomstenbelasting.
Hebt u alle betaalde premies afgetrokken?
Hebt u alle betaalde premies volledig afgetrokken? Dan worden de uitkeringen die u ontvangt ook volledig belast.
Hebt u niet alle betaalde premies afgetrokken?
Hebt u niet alle premies die u hebt betaald afgetrokken? Of hebt u de betaalde premies gedeeltelijk afgetrokken? Dan wordt daar rekening mee gehouden bij het berekenen van de belasting die u moet betalen. U hoeft dan pas belasting te betalen over de uitkeringen als deze in totaal hoger zijn dan het bedrag van de niet-afgetrokken premies. Dit noemen wij de saldomethode.
Let op!
Vanaf 2009 wordt bij het berekenen van de belasting die u moet betalen, in de saldomethode rekening gehouden met maximaal € 2.269 per jaar aan niet-afgetrokken premies.
Voorbeeld
U hebt in de jaren 2005 tot en met 2016 jaarlijks € 3.000 premie betaald. U hebt de betaalde premies niet afgetrokken. De uitkeringen gaan in het jaar 2017 in. De uitkering is € 2.400 per jaar. In dit geval worden de uitkeringen belast op het moment dat zij het bedrag van € 30.152 (4 x € 3.000 + 8 x € 2.269) te boven gaan. De uitkeringen worden dan de eerste 12 jaar (12 x € 2.400 = € 28.800) niet belast. Van de uitkering in het 13e jaar wordt € 1.352 (€ 30.152 -/- 28.800) niet belast. Over het restant van € 1.048 (€ 2.400 -/- € 1.352 ) moet u wel belasting betalen. De uitkeringen worden vanaf jaar 14 volledig belast.
Afkoop
Laat u uw verzekeraar uw recht op lijfrente-uitkeringen afkopen? Dan houdt uw verzekeraar 52% loonbelasting in. Daarnaast moet u inkomstenbelasting en revisierente betalen over de gehele afkoopsom, ook al hebt u de betaalde premies niet volledig afgetrokken. De ingehouden loonbelasting verrekent u in uw aangifte inkomstenbelasting. Deze afkoopsom noemen we negatieve uitgaven voor inkomensvoorziening. Hebt u in totaal een hoger bedrag afgetrokken aan betaalde premies dan de afkoopsom? Dan moet u belasting betalen over het totaal afgetrokken bedrag.
Uitkering op andere manier
Laat u uw lijfrente niet uitbetalen als een (tijdelijke) oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente of een uitkering in termijnen? En hebt u in de afgelopen jaren hiervoor bedragen afgetrokken? Dan moet u ook een bedrag aangeven als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. En u moet revisierente betalen.
Kleine afkoopsom
Is uw afkoopsom in 2009 niet hoger dan € 4.068? Dan geldt dat niet als afkoop en moet u inkomstenbelasting betalen over de afkoopsom net als over een uitkeringstermijn. U hoeft in dat geval geen revisierente te betalen.
Revisierente
Laat u uw lijfrente afkopen? Of laat u uw lijfrente niet uitbetalen als een (tijdelijke) oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente of een uitkering in termijnen? Dan moet u naast inkomstenbelasting, ook 20% revisierente betalen over de afkoopsom.
Tegenbewijsregeling
Hebt u de lijfrenteverzekering na 31 december 1998 afgesloten? Dan kunt u gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. Hierbij wordt de revisierente op een andere manier berekend. Dit kan voor u voordeliger zijn. Of dit voor u geldt en of dit voor u voordeliger is, rekent u uit met de Rekenhulp revisierente
.
Verboden handelingen
Naast de eisen die gelden voor de lijfrentevorm moet uw lijfrenteverzekering in Box 1 altijd volgens strikte voorwaarden worden behandeld. Voor zover in strijd wordt gehandeld met deze voorwaarden, bent u mogelijk ineens veel belasting verschuldigd. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van deze 'verboden handelingen' en de 'fiscale sancties'.
Verboden handelingenNiet toegestaan is:
afkoop (uitgezonderd: afkoop 'kleine' lijfrenten)
vervreemden
prijsgeven
tot zekerheid dienen (belenen of verpanden)
omzetten in niet-toegestane lijfrentevorm
emigreren
Fiscale sanctiesOp een verboden handeling staan de volgende sancties:
u moet in Box 1 (progressief) belasting betalen over de waarde van uw verzekering, of over het totale bedrag van de in aftrek gebrachte premies als dat hoger is dan die waarde, én
u bent revisierente (20%) verschuldigd over de waarde van uw verzekering.
Revisierente is een rentevergoeding voor het achteraf gebleken ten onrechte genoten belastinguitstel. De revisierente bedraagt standaard 20% van de waarde van uw verzekering. Als uw verzekering minder dan 10 jaar geleden is gesloten bestaat de mogelijkheid voor het leveren van tegenbewijs dat de revisierente minder moet bedragen. Voor lijfrenteverzekeringen die vallen onder het zogenoemde pré-Brede Herwaarderingsregime (lijfrentecontracten van vóór 1 januari 1992) geldt de revisierente niet.
Afkoop 'kleine' lijfrentenAls u een lijfrenteverzekering heeft waarvan de waarde € 4.068 of lager is, dan wordt de afkoop ervan niet aangemerkt als een verboden handeling. Dit betekent dat u deze lijfrente kunt afkopen zonder dat u revisierente verschuldigd bent. De afkoopsom die u ontvangt wordt wel gewoon belast in Box 1. Er mogen nog geen lijfrentetermijnen zijn ingegaan. De grens van € 4.068 geldt per lijfrenteverzekering. Heeft u meerdere lijfrenteverzekeringen gesloten bij één verzekeraar, dan gelden deze lijfrenten samen als één lijfrenteverzekering.
Emigratie
Emigratie wordt als een verboden handeling gezien, zodat in dat geval de fiscale sancties in werking treden.
Als u emigreert krijgt u voor de verschuldigde belasting en revisierente echter een conserverende aanslag opgelegd. Voor deze aanslag geldt uitstel van betaling voor maximaal 10 jaar.
Als u gedurende deze periode geen verboden handeling verricht, kunt u de Belastingdienst daarna om kwijtschelding van uw belastingschuld verzoeken.
Als u binnen deze periode wel een verboden handeling verricht, vervalt het verleende uitstel en moet u de aanslag betalen.
Over zogenoemde saldolijfrenteverzekeringen, gesloten vóór 14 september 1999, hoeft u niet af te rekenen bij emigratie.
Overgangsrecht
Overbruggingslijfrente
Een overbruggingslijfrente is een tijdelijke lijfrente die toekomt aan de belastingplichtige en eindigt in het jaar waarin deze de 65-jarige leeftijd bereikt of het jaar waarin de belastingplichtige een uitkering op grond van een pensioenregeling gaat genieten. De ingangsdatum van de lijfrente is vrij.
Vanaf het belastingjaar 2006 zijn premies voor een overbruggingslijfrente niet meer aftrekbaar en is het niet meer mogelijk om een overbruggingslijfrente op te bouwen. Op al op 31 december 2005 bestaande lijfrenteverzekeringen is overgangsrecht van toepassing.
Van een op 31 december 2005 bestaande premiebetalende lijfrenteverzekering kan een deel van de uitkering bij leven, ter grootte van maximaal de waarde van de lijfrenteverzekering per 31 december 2005, worden gebruikt voor de aankoop van een overbruggingslijfrente. Ook naar 2005 teruggewentelde premies mogen worden begrepen in deze waarde. Is een lijfrenteverzekering op 1 januari 2006 premievrij dan mag de gehele uitkering bij leven, inclusief de waardeaangroei vanaf 1 januari 2006, worden aangewend voor een overbruggingslijfrente.
Overgangsrecht voor op 31 december 2000 bestaande lijfrenteverzekeringIn verband met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) op 1 januari 2001 kan overgangsrecht van toepassing zijn op lijfrenteverzekeringen die op 31 december 2000 al bestonden. Dit overgangsrecht is echter omvangrijk en ingewikkeld. Wij volstaan met een beknopte weergave van een aantal relevante punten.
Lijfrenteverzekering niet aangepast; geen aftrek lijfrentepremies
Als een op 31 december 2000 bestaande lijfrenteverzekering niet is aangepast aan de eisen van de Wet IB 2001, dan kunnen de op of na 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies niet meer in aftrek worden gebracht. In beginsel moeten deze - niet aangepaste en niet voor premieaftrek in aanmerking komende – lijfrenteverzekeringen worden ondergebracht in Box 3.
Lijfrentetermijnen belast volgens oude regels
Voor bepaalde op 31 december 2000 bestaande – en niet aan de Wet IB 2001 aangepaste – lijfrenteverzekeringen is goedgekeurd dat de lijfrenteverzekering niet in Box 3 maar in Box 1 valt en de lijfrentetermijnen worden belast volgens de oude fiscale regels (Wet inkomstenbelasting 1964 zoals geldend op 31 december 2000). De lijfrentetermijnen uit dergelijke verzekeringen worden (onder voorwaarden) in Box 1 belast voor zover de uitkeringen de niet voor aftrek in aanmerking komende premies of koopsom overtreffen (saldomethode).
Het overgangsrecht is van toepassing op lijfrenteverzekeringen die voldoen aan één van onderstaande categorieën.
A. Lijfrenteverzekering met premieaftrek vóór 1 januari 2001
- de verzekering bestond op 31 december 2000 en
- de vóór 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies kwamen voor aftrek in aanmerking.
B. Lijfrenteverzekering zonder premieaftrek vóór 1 januari 2001 (saldolijfrenteverzekering)
- de verzekering bestond op 14 september 1999 en
- de vóór 14 september 1999 betaalde lijfrentepremies kwamen niet voor aftrek in aanmerking of
- de op of na 14 september 1999 en vóór 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies bedroegen niet meer dan € 2.269 per kalenderjaar en kwamen niet voor aftrek in aanmerking.
C. Lijfrenteverzekering zonder premieaftrek vanaf 1 januari 2001
- de verzekering bestond op 14 september 1999 en de premiebetalingen zijn op of na 14 september 1999 niet verhoogd (premieverhoging op basis van een normale of gebruikelijke optieclausule is wel toegestaan) en
- de op of na 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies bedragen per verzekering niet meer dan € 2.269 per kalenderjaar en zijn niet als premies voor een lijfrenteverzekering in de zin van de Wet IB 2001 in aftrek gebracht. Voor zover de niet afgetrokken premies hoger zijn dan € 2.269 per jaar, behoort (de waarde van) het recht tot Box 3.
Met ingang van 1 januari 2021 is het overgangsrecht niet meer van toepassing op de categorieën B en C. Uiterlijk op 31 december 2020 dient dan ook in Box 1 verplicht te worden afgerekend over de waarde in het economisch verkeer (WEV) van de polis, waarna de verzekering overgaat naar Box 3. Op verzoek is over de afrekening in Box 1 het 45%-tarief van toepassing.
Wilt u uw fiscale ruimte weten voor de opbouw van uw pensioen?
Maak dan gebruik van de Rekenhulp lijfrentepremie
, vul uw gegevens in en bereken de hoogte van de aftrekbare lijfrentepremie ofwel uw jaarruimte. Veel van de gevraagde gegevens vindt u terug op uw pensioenbrief. U kunt deze opvragen bij uw werkgever.
Bij de berekening van de jaarruimte wordt onder andere gekeken naar de hoogte van uw inkomen en de aangroei van uw pensioenrechten. Daarbij zijn uw inkomen en pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend en niet het inkomen van het jaar zelf. De berekening geeft u een indicatie van uw jaarruimte. Omdat pensioenadvies maatwerk is, kunt u overigens aan deze indicatie géén rechten ontlenen.
Bereken uw jaarruimte of reserveringsruimte met de Rekenhulp lijfrentepremie .
Bron: Belastingsdienst


Beleggingsfondsen 
