Pensioenwet

Pensioenwet

In de Pensioenwet zoals deze in Nederland geregeld is wordt beschreven wat de taken en verantwoordelijkheden in relatie tot pensioen zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder. De Pensioenwet is op 1 januari 2007 in werking getreden en verving de toen geldende Pensioen- en spaarfondsenwet.

De invoering van de nieuwe Pensioenwet (PW) sinds 1 januari heeft op het eerste gezicht ingrijpende gevolgen voor DGA’s. Zij vallen namelijk niet meer onder de beschermende werking van de wet. Maar de meeste DGA’s bouwden hun pensioen al op in eigen beheer en die mogelijkheid blijft bestaan. De antwoorden op vier pensioenvragen.

Op 17 september 2007 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een consultatiedocument gepubliceerd. In dit consultatiedocument wordt nader ingegaan op de in de Pensioenwet opgenomen zorgplicht bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid. AFM richt zich in dit document onder andere op de toepassing van life cycles. Life cycles zijn beleggingsmixen waarvan de samenstelling afhangt van de leeftijd van de deelnemer. Biedt de pensioenuitvoerder slechts één life cycle aan dan heeft de deelnemer geen beleggingskeuze en is de zorgplicht zoals bedoeld in de Pensioenwet niet van toepassing. Indien er meerdere life cycles zijn waaruit kan worden gekozen, is dit wel het geval.
Op 17 september 2007 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een consultatiedocument gepubliceerd. In dit consultatiedocument wordt nader ingegaan op de in de Pensioenwet opgenomen zorgplicht bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid. AFM richt zich in dit document onder andere op de toepassing van life cycles. Life cycles zijn beleggingsmixen waarvan de samenstelling afhangt van de leeftijd van de deelnemer. Biedt de pensioenuitvoerder slechts één life cycle aan dan heeft de deelnemer geen beleggingskeuze en is de zorgplicht zoals bedoeld in de Pensioenwet niet van toepassing. Indien er meerdere life cycles zijn waaruit kan worden gekozen, is dit wel het geval.
De Vaste Commissie Sociale Zaken Werkgelegenheid van de Tweede Kamer heeft de AFM opnieuw uitgenodigd haar oordeel te geven over de concept 'Pensioenwet'. Op grond van die aanstaande 'Pensioenwet' is de AFM beoogd toezichthouder op de informatieverstrekking over pensioenopbouw en de zorgplicht bij pensioenopbouw-op-beleggingsbasis.
Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de wijzigingen die het gevolg zijn van de nieuwe Pensioenwet. Dit overzicht is gebaseerd op het huidige wetsvoorstel met de titel ‘Wet houdende regels betreffende pensioenen’ en twee nota’s van wijzigingen. Er kunnen nog veranderingen in optreden.
Overzichtelijkheid en transparantie, dat zijn de toverwoorden van de Pensioenwet. Wat betekent dit voor u als P&O’er? In de eerste plaats zult u moeten nagaan of uw huidige pensioenregeling voldoet aan de nieuwe regels en welke acties u moet ondernemen. De volgende checklist kan u daarbij helpen.
Overzichtelijkheid en transparantie, dat zijn de toverwoorden van de nieuwe Pensioenwet die per 1 januari ingaat. Mooie doelstellingen, maar wat betekent dit voor u als P&O
De directeur-grootaandeelhouder (DGA) is de persoon die werkzaam is in het bedrijf en houder is van 10% van de aandelen (direct of indirect) of van certificaten van aandelen welke 10% vertegenwoordigen. Deze definitie verandert niet. In de PSW valt de DGA onder de onderbrengingsplicht tenzij deze heeft ingestemd met het in eigen beheer houden van het pensioen. Het pensioen van de DGA in het kader van de Pensioenwet is geen pensioen. Een werknemer in het kader van de Pensioenwet is namelijk degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht voor een werkgever met uitzondering van de directeur-grootaandeelhouder.
Per 1 januari 2007 is de Pensioenwet (PW) van kracht geworden. Deze wet vervangt de Pensioen-en spaarfondsenwet (PSW). Omdat diverse wijzigingen in de Pensioenwet een ingrijpend karakter hebben, geldt voor sommige bepalingen een overgangstermijn tot 1 januari 2008 of zelfs 1 januari 2009. Dit is geregeld in een aparte Invoeringswet. Gedurende deze overgangstermijn is de PSW nog (gedeeltelijk) van toepassing.
Honig en Honig licht de veranderingen door de Pensioenwet graag toe en schetst of en hoe de veranderingen invloed hebben op uw werk. Daarnaast leest u hoe verzekeraars met de aanpassingen omgaat. We zijn momenteel hard bezig met de omschrijvingen van de bepalingen die in 2009 en 2011 gaan gelden. Hieronder alvast een overzicht:
Het eerste hoofdstuk van het wetsvoorstel voor de Pensioenwet beslaat de definities en het toepassingsgebied. De meest opvallende punten worden hier nader toegelicht.
Op 17 mei jl. is de nota naar aanleiding van het verslag met betrekking tot de Pensioenwet door de Tweede Kamer ontvangen. In deze nota gaat de regering in op vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel voor de Pensioenwet. Een van de onderwerpen waar de regering op ingaat, is het arbeidsongeschiktheidspensioen in relatie tot de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
De Wet Enige wijzigingen in de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten (hierna: Veegwet) heeft tot doel technische onvolkomenheden in de Pensioenwet (PW) te herstellen. In het navolgende zal in grote lijnen worden ingegaan op de voorgestelde wijzigingen van de Veegwet. De Veegwet heeft momenteel de status van wetsvoorstel en treedt waarschijnlijk na 1 januari 2008 in werking.
De afgelopen maanden zijn de derde, vierde en vijfde nota van wijziging van de Pensioenwet (PW) vastgesteld. Hierna zullen wij de belangrijkste wijzigingen weergeven.
Werknemers en gepensioneerden krijgen meer zekerheid over de (toekomstige) uitbetaling van hun pensioen. Daarvoor worden er eisen gesteld aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Ook krijgen pensioendeelnemers een wettelijk recht op goede voorlichting over hun pensioen. Verder mogen bedrijfspensioenregelingen geen toetredingsleeftijd hanteren van hoger dan 21 jaar (nu bouwen in een aantal bedrijfspensioenregelingen werknemers pas vanaf hun 25ste jaar pensioen op). Dit is de kern van de nieuwe Pensioenwet die is aangenomen door de Eerste Kamer. De nieuwe wet zal de huidige Pensioen- en spaarfondsenwet vervangen en gaat in per 1 januari 2007.
Tweezijdige wijziging De werkgever(s) en de werknemer(s) kunnen de afspraken die zij hebben gemaakt over pensioen in latere instantie wijzigen. In de toelichting op de Pensioenwet wordt gesproken over een aanpassing door de 'sociale partners'. Maar wie deze 'sociale partners' zijn is niet altijd duidelijk. Uit de toelichting op de Pensioenwet kan worden opgemaakt dat de 'sociale partners' niet het bestuur van het pensioenfonds kan zijn. Dit past namelijk niet in de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij het pensioenfonds voornamelijk wordt gezien als een uitvoeringsinstelling. Het pensioenfonds kan hierbij niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de pensioenregeling. Wie de werkgever vertegenwoordigt is meestal wel duidelijk. Dit geldt echter niet altijd voor de werknemers. Het is dus belangrijk helder in beeld te hebben wie eventueel als vertegenwoordiging van de werknemers kan optreden. De wijze waarop de werknemersvertegenwoordiging is geregeld is, zal in de regel terug te vinden zijn in de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Andere arbeidsrechtelijke koppelingen kunnen evenwel ook een rol spelen. Hierbij kunnen zich de volgende vragen aandienen. Is er sprake van een CAO? Vallen alle werknemers hieronder? Wordt in de arbeidsovereenkomst een link gelegd naar een arbeidsvoorwaardenboek, welke met instemming van de ondernemingsraad kan worden aangepast? Kortom, het is belangrijk om helder te hebben met wie er in de toekomst afspraken kunnen worden gemaakt over een eventuele wijziging van de pensioenregeling.
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe pensioenwet is de informatieplicht van de werkgever naar deelnemers, gewezen deelnemers, ex-partners en gepensioneerden. Hoewel de pensioenuitvoerder daar veel aan kan doen moet de werkgever er voor zorgen dat dit ook gebeurt.
In de Pensioenwet is ten opzichte van de Pensioen- en spaarfondsenwet een groter aantal keuzemogelijkheden vastgelegd. De pensioenuitvoerder dient deze keuzemogelijkheden aan de (gewezen) werknemers aan te bieden als de pensioenovereenkomst in deze keuzes voorziet. Het recht op onderlinge uitruil van ouderdomspensioen en partnerpensioen kan de (gewezen) deelnemer rechtstreeks aan de Pensioenwet ontlenen. De in de Pensioenwet opgenomen keuzemogelijkheden kunnen overigens nu al op grond van de fiscale wet- en regelgeving worden toegepast.
In het wetvoorstel voor de Pensioenwet (PW) worden de PSW-bepalingen over medezeggenschap aangepast. De aanpassing betreft met name medezeggenschap bij direct verzekerde pensioenregelingen en de positie van de deelnemersraad. Alvorens wij hierop nader ingaan, zullen wij kort het medezeggenschapsconvenant bespreken.
Op 19 mei is de Memorie van Antwoord in het kader van de Veegwet verschenen. In de Memorie van Antwoord, geeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid antwoord op vragen van de leden van de Eerste Kamer. In het navolgende zullen wij de hoofdlijnen van de reactie van de minister weergeven.
Er zijn verzekeraars die bij een premieovereenkomst voor sommige deelnemers de uitvoering niet ter hand nemen omdat de premie lager is dan de in hun administratie geldende minimumpremie. Art. 14 van de Pensioenwet verplicht tot opname van alle deelnemers. Art 3:40 BW bepaalt dat als er een bepaling in een overeenkomst is die in strijd is met de wet, dat die bepaling nietig is.
De toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel vormde vandaag een van de belangrijke onderwerpen van Prinsjesdag. Deze week begint ook de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer van de nieuwe Pensioenwet.

Op www.honigenhonig.nl is een nieuw dossier beschikbaar: Pensioen en waardeoverdracht. In het Dossier wordt uitgebreid stil gestaan bij onder andere individuele en collectieve waardeoverdracht, waardeoverdracht door de DGA, internationale waardeoverdracht, shoppen en uitruil.

Volgens schema krijgt Nederland op 1 januari 2007 een nieuwe pensioenwet. DGA's kunnen van de voorgestelde wijzigingen negatieve gevolgen ondervinden, vooral bij faillissement. Veel directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) dansen met hun pensioenregeling op de rand van de vulkaan. Een wijziging van de pensioenwetgeving maakt hun positie nog hachelijker.
Werknemers en gepensioneerden krijgen meer zekerheid over de (toekomstige) uitbetaling van hun pensioen. Daarvoor stelt het kabinet eisen aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Ook krijgen pensioendeelnemers een wettelijk recht op goede voorlichting over hun pensioen. Verder wil het kabinet dat alle werknemers van 18 jaar en ouder kunnen deelnemen aan pensioenregelingen in hun bedrijf. Dit is de kern van het Wetsvoorstel voor de Pensioenwet. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Op het gebied van uitvoering van de pensioenregeling gaat het een en ander veranderen. In deze nieuwsbrief worden enkele aspecten uitgelicht.
Er heerst nog steeds veel onduidelijkheid over de invulling van veel bepalingen in de Pensioenwet. Ook de beoogde inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2007 is nog twijfelachtig omdat een groot gedeelte nog invulling moet krijgen.
In de nieuwe Pensioenwet, die als alles meezit per 1 januari 2007 in werking zal treden, zal met name voor het pensioen van de directeur grootaandeelhouder het nodige veranderen.
Als gevolg van het wetsvoorstel Invoerings
I. Inleiding Op 26 september 2006 heeft de Tweede Kamer de Pensioenwet aangenomen. Wel is door het kabinet met de vierde en vijfde nota van wijziging nog een aantal wijzigingen aangebracht in het oorspronkelijke wetsvoorstel. Ook heeft de Tweede Kamer een groot aantal amendementen aangenomen waarmee het wetsvoorstel op een aantal punten wordt gewijzigd.
Op 20 december 2005 heeft minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel voor de Pensioenwet ingediend. Het kabinet streeft ernaar de nieuwe wet uiterlijk per 1 januari 2007 in te voeren. In 2006 zullen wij u regelmatig informeren over de ontwikkelingen.
De Tweede Kamer is onlangs akkoord gegaan met de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet. Zowel de Pensioenwet als de Invoeringswet wordt naar alle waarschijnlijkheid deze maand in de Eerste Kamer behandeld.
Het wetsontwerp voor de nieuwe Pensioenwet veroorzaakt uitvoeringsproblemen doordat er in de wet geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende pensioenuitvoerders. De pensioenfondsen en de commerci
Op 26 september jongstleden heeft de Tweede Kamer gestemd over het wetsvoorstel Pensioenwet en de ingediende amendementen. De Pensioenwet is door de Tweede Kamer aangenomen. Op www.pwactueel.nl kunt u de nieuwe wettekst vinden. Het wetsvoorstel is bij de Eerste Kamer ingediend. Op 3 oktober aanstaande zal de procedure door de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden besproken. De invoeringswet wordt medio oktober 2006 in de Tweede Kamer behandeld.
Met de inwerkingtreding van de Pensioenwet zijn de termijnen waarbinnen pensioenpremies moeten worden betaald enigszins gewijzigd. Ook de te volgen procedure wanneer er eenmaal sprake is van een premieachterstand wordt gewijzigd en wel per 1 januari 2008.
De Veegwet Pensioenwet is op 1 augustus 2008 in werking getreden. Hieronder een kort overzicht van een aantal reparaties en aanpassingen.
In pensioenland kennen we twee soorten pensioen: ‘defined benefit’ en ‘defined contribution’. Defined benefit houdt in dat er vanaf de pensioenleeftijd gegarandeerde uitkeringen worden gedaan. De hoogte van de pensioenuitkering is derhalve bekend.
In een vorige aflevering van onze nieuwsbrief hebben we aandacht geschonken aan de uitvoeringsovereenkomst. De rol van de pensioenuitvoerder is in het wetsvoorstel duidelijk vastgelegd. Op detailniveau, eventueel via lagere regelgeving nog nader in te vullen, is aandacht besteed aan de verplichtingen van de pensioenuitvoerder.
In de Tweede Kamer is op 30 maart 2006 voor de eerste keer de Pensioenwet aan de orde geweest. In een ronde tafel bijeenkomst kregen belangenpartijen de mogelijkheid hun visie op het wetsvoorstel toe te lichten. De bijeenkomst gaf een goed overzicht van de punten waarop gelobbyd wordt en waarop dus mogelijk nog wijzigingen in het wetsvoorstel zullen worden doorgevoerd. Aan de orde kwamen:
Verzekeraars zullen vanaf 2009 de uitvoeringsovereenkomsten moeten opstellen. Deze overeenkomst bepaalt de verhouding tussen de werkgever en de werknemer. In de PSW stond in het algemeen in het reglement een beding dat de pensioenregeling mocht worden aangepast als het dwingende bedrijfsbelang dat vergt.
De nieuwe pensioenwet ligt inmiddels als wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. Steeds meer zaken hieromtrent krijgen handen en voeten en het jaar 2006 zal herhaaldelijk in het teken van deze wet staan. Een update:
Op 3 oktober zond minister Donner de 'Veegwet' van de Pensioenwet naar de Tweede Kamer.

In deze publicatie vindt u informatie over de verdeling van pensioen bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van geregistreerd partnerschap. Dit is geregeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Ook komt de bijzondere positie van de DGA (Directeur Groot Aandeelhouder) aan bod.

De nieuwe pensioenwet, die als streefingangsdatum nog altijd 1 januari 2007 kent, deelt de verschillende pensioenopbouwsystemen in 3 categorieën in.
Op 2 mei is het verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en werkgelegenheid vastgesteld. Deze commissie is belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel voor de Pensioenwet (hierna: wetsvoorstel PW). De regering heeft openstaande vragen en opmerkingen beantwoord in de nota naar aanleiding van het verslag van 17 mei. De wijzigingen die hier uit voortvloeien zijn door middel van de tweede nota van wijziging aan het wetsvoorstel PW toegevoegd. De behandeling van het Wetsvoorstel PW in de Tweede Kamer zal na het zomerreces plaatsvinden.
De Tweede Kamer heeft over de Pensioenwet nadere schriftelijke vragen gesteld aan het kabinet. De eerste mondelinge behandeling zal plaatsvinden in een vaste commissievergadering die nog steeds staat gepland op 11 september 2006. V
Als de Pensioenwet straks in werking treedt, valt het pensioen van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) niet onder de werkingssfeer van deze wet. Wat betekent dat concreet voor het pensioen van de DGA?
Op 28 juli jl. is het wetsvoorstel invoering van de Pensioenwet door het ministerie van SZW gepubliceerd.
Op 28 juli 2006 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel van de Wet inhoudende invoering van de Pensioenwet (wetsvoorstel Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet) naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft een separate wet waarin het overgangsrecht is opgenomen met betrekking tot de Pensioenwet. Het voornemen is om de Pensioenwet (en dus ook de invoeringswet) per 1 januari 2007 in werking te laten treden. De Pensioenen spaarfondsenwet (PSW) wordt met de inwerkingtreding van de invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet ingetrokken, tenzij is bepaald dat de PSW nog tijdelijk of in bepaalde situaties voor onbepaalde tijd van toepassing blijft. Oud overgangsrecht dat in het verleden in het kader van de PSW is getroffen wordt niet aangetast door de inwerkingtreding van de Pensioenwet.