Nieuws Actuele informatie Pensioenwet Aanpassen pensioenregeling aan Wet VPL

Aanpassen pensioenregeling aan Wet VPL

Geschreven door 

De invoering van de nieuwe Pensioenwet (PW) sinds 1 januari heeft op het eerste gezicht ingrijpende gevolgen voor DGA’s. Zij vallen namelijk niet meer onder de beschermende werking van de wet. Maar de meeste DGA’s bouwden hun pensioen al op in eigen beheer en die mogelijkheid blijft bestaan. De antwoorden op vier pensioenvragen.

De invoering van de nieuwe Pensioenwet (PW) sinds 1 januari heeft op het eerste gezicht ingrijpende gevolgen voor DGA’s. Zij vallen namelijk niet meer onder de beschermende werking van de wet. Maar de meeste DGA’s bouwden hun pensioen al op in eigen beheer en die mogelijkheid blijft bestaan. De antwoorden op vier pensioenvragen. 

Als DGA doe ik mee met de pensioenregeling die geldt voor mijn werknemers. Is daar nu iets in veranderd?
U bent directeur-grootaandeelhouder (DGA) als u 10% of meer van de aandelen bezit van het bedrijf waarin u werkt. Tot 2007 kon u ervoor kiezen om mee te lopen met de pensioenregeling die geldt voor de ‘echte’ werknemers in uw bedrijf. Doet u al mee aan zo’n regeling? Dan kunt u tot 1 januari 2008 kiezen of u uw pensioen in die vorm wilt voortzetten. Uw pensioen moet dan wel zijn ondergebracht bij een pensioenuitvoerder. Kiest u voor voortzetting van het collectieve pensioen? Dan kunt u uw pensioen na 2008 niet meer overhevelen naar de vennootschap. Het geld staat vast. DGA’s die nog geen pensioenvoorziening hebben, kunnen geen gebruikmaken van deze regeling. Zij zullen zelf pensioen moeten opbouwen; dat kan bij een verzekeraar of in eigen beheer.

Hoe kan ik mijn pensioen veilig stellen bij faillissement?
Het pensioen van de DGA valt vanaf 2008 niet meer onder de beschermende werking van de Pensioenwet. Dat betekent niet dat uw oudedagsvoorziening vogelvrij is. Voor de DGA die zijn pensioen in eigen beheer opbouwt, verandert er eigenlijk niet zo veel. Pensioengeld dat in een aparte pensioen-BV is gestald, blijft bij een faillissement buiten schot. Heeft een ondernemer geld nodig? Dan kan hij geld van de pensioen-BV lenen, daar moet dan wel zekerheid tegenover staan, onroerend goed bijvoorbeeld. Het is sowieso beter om alles waarmee u geen risico wilt lopen uit de werk-BV te halen. Naast opbouw in eigen beheer kunt u als DGA ook kiezen voor een individuele pensioenverzekering bij een verzekeraar. Ook dat verandert niet.

Wat zijn mijn pensioenverplichtingen ten aanzien van nieuwe werknemers?
Inhoudelijk verandert er niets, wat wél verandert is de zorgplicht. Waar het op neerkomt is dat de werkgever ervoor moet zorgen dat de werknemer goed en op tijd wordt geïnformeerd. Nieuwe medewerkers moeten binnen een maand schriftelijk geïnformeerd worden of er een pensioenregeling is, hoe ze daar aan deel kunnen nemen en wie de pensioenuitvoerder is. Dat kan een fonds zijn of een verzekeraar. Binnen drie maanden moet de pensioenuitvoerder de deelnemer een ‘startbrief’ sturen. Daarin staan alle ins en outs rond het pensioen. De uitvoerder moet die startbrief opstellen, maar de werkgever moet er op letten dat de werknemers die startbrief inderdaad krijgen. Verder ontvangen deelnemers voortaan jaarlijks een overzicht van hun pensioenaanspraken, ook daar moet de werkgever op toezien. De startbrief en het jaarlijks overzicht zijn verplicht vanaf 2008. Wat ook verandert in 2008 is de toetredingsleeftijd, die wordt verlaagd naar 21 jaar.

Welke gevolgen heeft de Pensioenwet voor het nabestaandenpensioen?
Aan het nabestaandenpensioen zelf verandert niets, niet voor werknemers en niet voor de DGA. Als de DGA nu meeloopt met de pensioenvoorziening voor zijn werknemers, dan kan hij er wel voor kiezen het nabestaandenpensioen binnen die regeling te laten en zijn eigen ouderdomspensioen voortaan in eigen beheer op te bouwen. Met zo’n splitsing valt het nabestaandenpensioen onder de Pensioenwet. Die keuze moet de DGA maken in 2007. Wat wél verandert is de uitruil. Uitruil van nabestaandenpensioen in een hoger ouderdomspensioen was al mogelijk. Voortaan kunt u ook het ouderdomspensioen ruilen voor een hoger nabestaandenpensioen. Daarmee wordt het ouderdomspensioen lager, maar de langstlevende partner krijgt op termijn meer financiële armslag.