Toegestane lijfrentevormen
Oudedagslijfrente
Een levenslange lijfrente die toekomt aan de belastingplichtige, uiterlijk ingaat in het jaar waarin hij 70 jaar wordt en eindigt bij diens overlijden. De belastingplichtige is deelnemer, verzekerde en bevoordeelde op de polis.
Kenmerken Oudedagslijfrente
- levenslang;
- toekomen aan belastingplichtige zelf;
- ieder willekeurig moment ingaan, echter uiterlijk ingaan in het jaar waarin de belastingplichtige 70 jaar wordt;
- uiterlijk eindigen bij overlijden belastingplichtige zelf;
- geen maximum uitkering;
- verzekeringnemer =premiebetaler =verzekerde =begunstigde.
Nabestaandenlijfrente
Een levenslange of tijdelijke lijfrente die direct ingaat na het overlijden van de belastingplichtige of zijn (ex-)echtgeno(o)t(e)/partner en toekomt aan een natuurlijk persoon. Een nabestaandenlijfrente die toekomt aan één van hun bloed- of aanverwanten moet levenslang zijn of uiterlijk eindigen op het moment dat de gerechtigde 30 jaar wordt. Als de gerechtigde van de nabestaandenlijfrente recht heeft op een Anw-uitkering (Algemene nabestaandenwet) is het toegestaan dat de nabestaandenlijfrente niet direct ingaat na het overlijden, maar pas op het moment dat het jongste kind 18 jaar wordt.
Kenmerken Nabestaandenlijfrente
- levenslang/tijdelijk;
- geen beperkingen in de kring van gerechtigden (niet aan rechtspersoon);
- direct ingaan bij overlijden van belastingplichtige zelf,zijn partner of gewezen partner;
- voor nabestaanden die bloed-of aanverwant zijn in de rechte lijn of in de 2e of 3e graad van de zijlijn, moet de tijdelijke nabestaandenlijfrente eindigen op het tijdstip waarop deze de leeftijd van 30 jaar bereiken of levenslang lopen.
Tijdelijke oudedagslijfrente
Een tijdelijke lijfrente die toekomt aan de belastingplichtige, niet eerder ingaat dan het jaar waarin hij 65 jaar wordt, maar uiterlijk ingaat in het jaar waarin hij 70 jaar wordt. De looptijd van de verzekering moet minimaal 5 jaar zijn. Het totaal van de termijnen mag per jaar (beoordeeld naar het moment van premiebetaling) niet meer bedragen dan € 20.602 (2010: € 20.479).
Kenmerken Tijdelijke oudedagslijfrente
- tijdelijk;
- toekomen aan belastingplichtige zelf;
- niet eerder ingaan dan het jaar waarin de belastingplichtige 65 jaar wordt;
- dient uiterlijk in te gaan in het jaar waarin de belastingplichtige 70 jaar wordt;
- minimale looptijd bedraagt 5 jaar;
- maximale uitkering bedraagt € 20.602 per jaar;
- verzekeringnemer =premiebetaler =verzekerde =begunstigde.
Overige inkomensvoorzieningen
Lijfrente voor meerderjarig invalide (klein)kind
Een levenslange lijfrente die toekomt aan een meerderjarig invalide (klein)kind en uitsluitend eindigt bij het overlijden van de gerechtigde. De lijfrentepremie is onbeperkt aftrekbaar. Er hoeft dus geen sprake te zijn van een pensioentekort en er gelden geen maximumbedragen.
Kenmerken Lijfrente voor meerderjarig invalide kind
- levenslang (lijfrente mag uitsluitend eindigen bij overlijden van de gerechtigde);
- lijfrente moet ten goede komen aan eigen kind,stiefkind,pleegkind of kleinkind van de belastingplichtige;
- uitkeringen mogen niet eerder (wel later) ingaan dan bij het meerderjarig worden van het kind;
- er gelden geen eisen voor de premieaftrek.
Overbruggingslijfrente
Per 1 januari 2006 is het niet meer mogelijk om een overbruggingslijfrente op te bouwen. Het blijft mogelijk om op 31 december 2005 opgebouwd lijfrentekapitaal te gebruiken voor een overbruggingslijfrente.
Periodieke uitkering bij ziekte, invaliditeit of ongeval
- tijdelijk/levenslang;
- verzekeringsnemer =premiebetaler =verzekerde =begunstigde;
- er gelden geen eisen voor de premieaftrek;
- dient ten goede te komen aan de belastingplichtige zelf.